vrijdag 9 oktober 2015

EZRA DE HAAN - Zoeken naar Slory


HET ZOEKEN NAAR EEN DICHTER, HET VINDEN VAN EEN WERELD

Albert Hagenaars over ‘Zoeken naar Slory’ van Ezra de Haan



Foto: © Albert Hagenaars


Suriname is door tal van draden met Nederland verbonden. Toch houdt de kennis van het land en al zijn culturen in de delta niet over. Hoe meer er dus over verschijnt, hoe beter.
De actieve publicist, dichter en radioprogrammamaker Ezra de Haan (1957, Amsterdam) bezocht het land om er een workshop schrijven te geven en deed verslag van zijn ervaringen in een boek dat net zo bont is als Suriname zelf. Hij presenteerde daarmee allerlei opmerkelijke zaken die je in de gangbare reisboeken niet gauw tegen zal komen. Behalve het uitvoeren van de werkwinkel was zijn doel een kennismaking met de dichter Michaël Slory (1935, Totness), wiens werk hij al zo lang bewondert. De Haan is ook redacteur bij een uitgeverij die al twee boeken van Slory uitgaf plus een cd die een interview van Rogeria Burgers met de dichter bevat. De bundeltitels zijn: ‘Ik zal zingen om de zon te laten opkomen’ (1991) en ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ (2012).

De naam Slory doet voor verreweg de meeste Nederlandse lezers geen bel rinkelen, ook al schreef hij behalve in het Spaans en vooral Sranantongo dus ook in het Nederlands en won hij diverse prijzen en onderscheidingen waaronder de Literatuurprijs van Suriname in 1986. Debet daaraan is het feit dat Slory veel werk in eigen beheer uitbracht en de omvang van zijn beoogde lezersgroep gering is. In Suriname is hij natuurlijk veel bekender, dankzij o.a. schooloptredens (hij was leraar Spaans) en bijdragen voor dagblad De Ware Tijd. Zijn grootste belang schuilt in de ontginning van de diepere lagen van het Sranan en de ontwikkeling daarvan tot het niveau van de literaire verbeelding.

Je zou denken dat De Haan in het dunbevolkte Suriname (een gebied van pakweg vier keer Nederland maar met een bevolking die kleiner is dan die van het stadsgewest Utrecht) een gemakkelijke klus heeft te klaren. Niets blijkt minder waar. Weliswaar kennen opvallend veel mensen die hij ontmoet Slory en geven ze hem aanwijzingen maar zijn zoektocht naar de dichter krijgt gaandeweg het karakter van een queeste die in de verte doet denken aan ‘Het Dwaallicht’, de novelle van Willem Elsschot waarin diens alter ego Frans Laarmans samen met drie Afghanen zonder resultaat op zoek is naar ene Maria van Dam.
Tussendoor probeert De Haan, ook vergeefs, te wennen aan het klimaat en onderneemt hij diverse tochten. Zo belandt hij in het plaatsje Nieuw-Nickerie in het uiterste westen (waar Slory vandaan komt) en bij nederzettingen diep in het binnenland waar de Marrons wonen, nakomelingen van gevluchte Afrikaanse slaven. De registraties en mijmeringen die de trips oproepen zorgen voor extra bindingskracht.

De Haan richt zich zowel op het verwarrende geheel aan indrukken als op scherp waargenomen details. Zo maakt hij melding van 'kwasibita', een boom waarvan het hout ‘aphroditische’ eigenschappen zou hebben, en van 'paranam klem', een kruidenmengsel dat garandeert dat het domein van de vagina na het baren weer strak komt te staan. Regelmatig weet hij zulke vermakelijke wetenswaardigheden een symboolwaarde mee te geven, onderstreept hij bijvoorbeeld hier de levensdrang van de jonge natie.
Hij vervlecht in zijn relaas ook conversaties, flarden krantennieuws en natuurlijk verzen van Slory. Dit levert een kleurrijk mozaïek op waarvan de steentjes lang niet allemaal slechts momentopnamen zullen blijven. Achterin staan een bibliografie en een persoonsregister van maar liefst 20 pagina's, waar ondergetekende dankbaar gebruik van heeft gemaakt.





Twee voorbeelden van nieuws waar zijn oog langer op viel:
"Om mijn avond goed af te ronden eet ik pasta met bangbang en seafood in een witte wijnsaus.// Totaal relaxed onder de fan met een krant lees ik thuis over de chaos die Suriname vaak blijkt te zijn. Legerkapitein Wilfred Klas zal vandaag krachtig protesteren tegen het feit dat hij loon krijgt zonder te werken. Sinds 2006 wordt hij door het Ministerie van Defensie uitbetaald zonder dat hij presteert. Hij is van plan zich aan het standbeeld van Kwakoe te ketenen om zo de aandacht van de beleidskamers te trekken. 'In 2004 had zich een geval voorgedaan waarbij zijn dienstpistool in handen was gekomen van derden. Hij werd daarom ontslagen. Klas stapte naar de rechter en volgens vonnis mocht hij in dienst blijven. "Ik wil niet als spookambtenaar dienen." Van de maand moet blijken of hij uitbetaald wordt zonder iets te doen.' Uit een volgend artikel blijkt dat men eindelijk de ellende rond de gronduitgiftes wil aanpakken.
Harrydath Kalloe bevestigt dat Sastroredjo hem gisteren een enorme opdracht heeft gegeven. 'Zover ik weet, zijn de oude overzichtskaarten omtrent gronden in Nickerie door veelvuldig gebruik niet meer goed. Ik heb begrepen dat er veel dubbele gronduitgiftes zijn gedaan, maar al die gevallen gaan we uitzoeken en waar nodig corrigeren.'
Misschien kunnen door dit bericht sommige mensen beter slapen. Of juist niet
..."

Er zitten onvermijdelijk veel tegenstellingen in de beschrijvingen. Suriname wordt gezien als een open maatschappij waarin de verschillende etnische groepen vreedzaam naast elkaar leven maar De Haan legt zijn vinger ook op allerlei vormen van onverhulde, in zijn woorden "extreme", discriminatie. Overheidssalarissen worden soms maandenlang niet betaald terwijl daar niet over gezeurd wordt. Kom daar in Nederland eens om! De culturele en linguïstische verschillen zijn groot, voor De Haan vertegenwoordigen ze echter tegelijk een sterk verkleinde afspiegeling van de wereld. De aantrekkelijke losheid van leven zonder al te veel regeltjes zorgt ook voor heel wat ergernis opwekkende chaos. Een aantrekkelijke en vriendelijke vrouw ontpopt zich als een op geld beluste hoer. En het klimaat tenslotte dat de overweldigend boeiende natuur voortbrengt is voor de schrijver een aanhoudende beproeving. Dit gegeven resulteert in de nodige verzuchtingen over zweten en vermoeidheid. Juist door deze ontboezemingen en de geraffineerd geplaatste oproepen aan de zintuigen is het gemakkelijk voor de lezer zich met de waarnemer te vereenzelvigen en dit unieke land in de Nederlandse woonkamer te laten doordringen.

Eén van De Haans kwaliteiten is dat hij juist door een totaal andere wereld te schetsen ook, schijnbaar onbewust spiegelend, de Nederlandse werkelijkheidsbeleving belicht. Er is zelfs een constante wisselwerking. Hoewel hij al heel wat van de globe heeft gezien, neemt hij in dit boek de rol op zich van een onervaren reiziger. Door het perspectief van optimale ontvankelijkheid maakt hij het de lezer mogelijk om zelf door de sloppenwijken van Paramaribo te zwerven en in een schommelende korjaal plaats te nemen. Daarnaast maakt hij melding van heimwee, van het missen van zijn vriendin in Amsterdam; voorbeelden van gewaarwordingen die verreweg de meeste mensen op enig moment krijgen als ze ver van huis zijn. 'Zoeken naar Slory' is een lyrische documentaire waar een publiek van kan genieten dat veel breder is dan alleen de literaire fijnproevers, al vinden ook die meer van hun gading dan ze op basis van de commerciële ondertitel 'Een reis door verrassend Suriname' misschien zullen aannemen.

Op het moment dat je, net als De Haan, niet meer verwacht dat hij zijn doel bereikt, en dat je erin berust dat de onderneming in elk geval een origineel boek over Suriname heeft opgebracht duikt de steeds geheimzinniger geworden Slory alsnog op. Dan zitten we al op bladzijde 196 en heeft de auteur nog maar één dag de tijd voor hij terug vliegt. De verschijning lijkt het boek inhoudelijk en thematisch te splitsen want tot het einde op blz. 251 draait het nu om Slory’s inzichten over de politiek, de liefde, de literatuur en wat al niet.
Ik schrijf 'lijkt' omdat De Haan tot de conclusie komt dat Slory's werk feitelijk de belichaming vormt van Surinames geschiedenis en cultuur, schoonheid en misverstanden, mislukkingen en onophoudelijk streven. Er is dus wel degelijk een zinvolle koppeling ontstaan. Het tweede deel mag gezien worden als een succesvol toegepaste metafoor.




Foto: © Peter de Rijk


De Haan laat Slory uitgebreid aan het woord. Eén citaat: "Dat doen ze weleens meer die mensen. Je hinderen, dat doen ze veel in Suriname, als je uitblinkt of wat zou kunnen bereiken. Het zijn je eigen Creoolse mensen, die dat doen. Je staat versteld, je probeert juist iets ten gunste van hen of van het Creoolse te doen... en dat proberen die mensen dan kapot te maken. Sommige vrienden van me weigeren, een van hen woont in Amsterdam, die gaan liever naar New York dan naar Paramaribo. Kun je je dat voorstellen? Hij weigert hierheen te komen. Hij gaat nog liever naar een of andere Afrikaanse stad. Hij vindt de mensen zo onhandelbaar hier. Zo hinderlijk dat hij de mensen hier liever wil vergeten. Hij heeft hier familie... dan bellen ze hem op, ik laat hem dan groeten. De negatieve kant is soms zo zwaar dat je eraan onderdoor gaat, als je alleen bent hoor...Alleen omdat je een beetje opvalt als schrijver... Ik lijk wel een soort Klaagmuur, maar dat ben ik eigenlijk niet. Je krijgt niet de kans om, al die jaren dat je hier bent, aan je trekken te komen. De mensen hopen dan misschien dat Nederland je uit die situatie zal komen redden. Ze mishandelen je misschien opzettelijk vanuit die hoop..."

De schrijver laat zich niet meeslepen door zijn waardering voor het werk van de oudere collega, hij blijft zo objectief en kritisch mogelijk, wat ook de beschrijvingen van vóór de ontmoeting natuurlijk met terugwerkende kracht een grotere realiteitswaarde verschaft.
Hij noteert: "Uit alles wat Slory zegt, blijkt dat hij moeite heeft met het verwerken van de informatie. Eigenlijk is hij gewoon oud en der dagen zat. Keer op keer, en ook nu weer, gebruikt hij al zijn tijd en dus ook die van degene met wie hij praat, om te fulmineren tegen alles en iedereen die hem in zijn leven heeft dwarsgezeten. En zo verprutst hij ook de kansen die zich wel aandienen."

De slotzinnen behoren tot de mooiste van het boek. Ze ontstonden tijdens De Haans rit naar het vliegveld: "Statige oude houten huizen flitsen aan mijn oog voorbij, het overdadige groen, de schitterende mensen met hun vertraagde pas. Ik ga dit land missen en zijn krankzinnige diversiteit. Je komt hier de hele wereld tegen, de wereld die Michaël Slory in zijn gedichten stopte. Zijn oeuvre is een ode aan het leven, net zoals Suriname dat is."

De Haan vertrekt. En ik sluit zijn boek met het vaste voornemen om proefondervindelijk vast te stellen of het inderdaad zo overtuigend de Surinaamse werkelijkheid weergeeft als hij me heeft doen geloven. Ik ga dus binnenkort naar Suriname maar eerst zal ik me verdiepen in Slory's werk, waarvan De Haan op toepasselijke momenten verschillende stukken in zijn eigen tekst opnam. Het meest trof me onderstaand gedicht, klein maar fijn:



Kokospalm,
onder de vloeiende wind
luistert het gedicht
en zuivert zich.

Nee, hier is geen eenzaamheid.

Kijk, het gras groeit.
De vogels zingen.
En één en al omarming
is de ruimte
.



EZRA DE HAAN; ‘Zoeken naar Slory’; 278 pagina’s; In de Knipscheer, Haarlem; 2015; ISBN: 9789062658602; NUR: 306; Prijs: € 19,50



www.alberthagenaars.nl



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen